ECLI:NL:CBB:2008:BC8216

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
12 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 04/160
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 1:2 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep Socopa International tegen besluit restitutie en sanctie

Socopa International S.A. uit Parijs stelde beroep in tegen een besluit van het Productschap Vee en Vlees waarin restitutie van rundvlees aan Duben, een Franse vennootschap, werd afgewezen en een sanctie werd opgelegd. Het primaire besluit was gericht aan Duben en niet aan Socopa International.

Tijdens de procedure heeft Socopa International meerdere verzoeken tot uitstel en nadere motivering ingediend. Vertegenwoordigers van Socopa International traden op in de procedure, maar trokken zich later terug. Uiteindelijk vond de zitting plaats op 30 januari 2008.

Het College oordeelde dat Socopa International niet als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat het bestreden besluit niet rechtstreeks haar belang raakte, maar dat van Duben. Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werden geen proceskosten opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van Socopa International werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit niet rechtstreeks haar belang betrof.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
AWB 04/160 12 maart 2008
7200 Restitutie
Uitspraak in de zaak van:
Socopa International S.A., te Parijs (Frankrijk), appellante,
gemachtigden: mr. D. Grisay, advocaat te Brussel (België), en mr. ing. B.J.B. Boersma, advocaat bij Simmons & Simmons te Rotterdam,
tegen
het Productschap Vee en Vlees, verweerder,
gemachtigde: mr. A.F. Ordogh, en J.L.M. van Schendel, beiden werkzaam bij verweerder.
1. De procedure
Op 27 februari 2004 heeft het College van mr. R.G.A. Tusveld en mr. A.W. Stoffels, beiden werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs N.V., een brief ontvangen, waarbij namens appellante beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 19 januari 2004 met zaaknummer Vm-03/027 (Duben).
Bij het bestreden besluit is beslist op het bezwaar van Duben, vennootschap naar Frans recht en zetelend te Parijs, tegen verweerders primaire besluit dat is gedateerd 19 mei 2003 en is gericht aan Duben.
Bij dat primaire besluit is restitutie voor een partij rundvlees ten bedrage van € 28.862,57 afgewezen en is een sanctie opgelegd van 50% zijnde € 14.431,29.
Bij brief van 26 maart 2004 heeft appellante verzocht om uitstel voor het indienen van een nadere motivering van het beroep.
Op 8 april 2004 heeft het College van mr. R.G.A. Tusveld een machtiging ontvangen, waarbij mr. R.G.A. Tusveld en mr. G.J. van Slooten - ook laatstgenoemde is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs N.V. - door Duben worden gemachtigd om haar te vertegenwoordigen in de onderhavige procedure.
Op 24 mei 2004 heeft Duben de gronden van het beroep bij het College ingediend.
Op 14 juli 2004 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Het College heeft partijen uitgenodigd voor de behandeling van het beroep ter zitting van 20 mei 2005. Op verzoek van appellante is de behandeling ter zitting uitgesteld.
Bij brief van 30 juni 2005 heeft appellante verzocht de behandeling aan te houden, welk verzoek het College bij brief van 6 juli 2005 heeft ingewilligd.
Appellante heeft bij brief van 13 oktober 2005 een nader stuk ingediend en bij brief van 20 oktober 2005 haar standpunt nader toegelicht en onder meer om verdere aanhouding verzocht.
Bij brief van 26 september 2006 heeft het College partijen in het vooruitzicht gesteld het beroep op 20 december 2006 ter zitting te behandelen. Op verzoek van appellante is de behandeling ter zitting uitgesteld.
Bij brief van 2 maart 2007 heeft appellante haar standpunt nader bepaald.
Bij brief van 13 juni 2007 hebben mr. R.G.A. Tusveld en mr. G.J. van Slooten bericht dat zij appellante niet langer vertegenwoordigen in de onderhavige procedure.
Op 30 januari 2008 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden, waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht bij monde van hun gemachtigden.
2. De ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen.
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken, naar bij artikel 1:2, eerste lid, Awb is bepaald.
Het bestreden besluit is niet gericht aan appellante, maar aan Duben, is genomen op het bezwaar van Duben en betreft een aan Duben geweigerde restitutie en een gevorderd sanctiebedrag. Dat, zoals ter zitting aangevoerd, enig verband bestaat tussen Duben en appellante, maakt niet dat appellantes belang ook rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken in de zin van artikel 1:2 eerste Pro lid, Awb.
De conclusie is dat het beroep van appellante niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard.
Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
3. De beslissing
Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door mr. W.E. Doolaard, mr. E.J.M. Heijs en mr. M.J. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. R. Meijer, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2008.
W.E. Doolaard R. Meijer