ECLI:NL:CBB:2008:BC8382
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over afwijzing aanvraag EG-akkerbouwsteun wegens blijvend grasland
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, die haar aanvraag voor akkerbouwsteun 2004 heeft afgewezen op grond van het vermoeden dat een deel van perceel 9 als blijvend grasland werd gebruikt. Het geschil betrof de vraag of het perceel in 1987 en 1988 als lelieteeltgrond of als blijvend grasland werd gebruikt, hetgeen bepalend is voor de premiewaardigheid.
Het College heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat verweerder onvoldoende onderbouwing heeft geleverd voor zijn standpunt dat het perceel als blijvend grasland gold, mede omdat relevante meitellinggegevens van de vorige eigenaar niet waren overgelegd. Na herhaalde vernietigingen van besluiten en aanvullende gegevens van verweerder, waaronder satellietbeelden geanalyseerd door het gecertificeerde bedrijf GeoRas, concludeert het College dat het perceel inderdaad als blijvend grasland moet worden aangemerkt.
Appellante voerde aan dat verweerder onvoldoende deskundigheid had om satellietbeelden te interpreteren en dat het kaartmateriaal van een lelieteler niet werd meegewogen. Het College oordeelt echter dat de interpretatie van GeoRas betrouwbaar is en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het perceel als akkerland werd gebruikt.
Het College vernietigt het bestreden besluit wegens het niet naleven van de eerdere opdracht om de juiste gegevens te betrekken, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelt het College verweerder in de proceskosten van appellante en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 16 mei 2007 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.