ECLI:NL:CBB:2008:BC9145
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op slachtpremie wegens niet tijdig oormerken runderen volgens EU-regelgeving
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de Minister van Landbouw om slachtpremie toe te kennen voor zeven runderen die niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie werkdagen na geboorte zijn geoormerkt. De regelgeving vereist dat runderen die na 31 december 1997 zijn geboren, binnen deze termijn van een door de bevoegde autoriteit goedgekeurd merk in elk oor worden voorzien.
Het College oordeelt dat de runderen niet voldoen aan de identificatievereisten van Verordening (EG) nr. 1760/2000 en dat de termijn strikt moet worden nageleefd. Appellants argument dat het oormerken pas hoeft te gebeuren voordat het dier het bedrijf verlaat, wordt verworpen als een onjuiste interpretatie van de regelgeving. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn.
De klacht dat het oormerken soms verwondingen veroorzaakt en dat Nederland geen verlenging van de termijn bij de Europese Commissie heeft aangevraagd, leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen eerdere besluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van slachtpremie bevestigd wegens niet tijdig oormerken van runderen.