ECLI:NL:CBB:2008:BD0237
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- S.C. Stuldreher
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over vaststelling toeslagrechten GLB-inkomenssteun 2006 wegens overmacht
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw over de vaststelling van toeslagrechten in het kader van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. Het geschil betreft de vraag of de productiedaling van maïs in 2002 als gevolg van overmacht, namelijk de ruiming van de rundveestapel wegens BSE, moet worden erkend.
De Minister erkende de overmacht voor de productgroep runderen, maar niet voor akkerbouwgewassen. Volgens de Minister was de daling van de maïsproductie het gevolg van een bedrijfsbeslissing en niet direct veroorzaakt door de dierziekte. Appellant stelde dat door het ontbreken van vee de behoefte aan maïs als voer wegviel, waardoor minder maïs werd geteeld.
Het College overweegt dat overmacht inhoudt dat zich abnormale en onvoorzienbare omstandigheden voordoen die niet vermeden konden worden. Hoewel de Minister terecht de ruiming van het vee erkent als overmacht, is het College van oordeel dat de beslissing van appellant om minder maïs te telen niet rechtstreeks samenhangt met de overmachtssituatie. Het is een verdedigbare ondernemersbeslissing en maakt de maïsproductie niet onrepresentatief.
Daarmee heeft de Minister het begrip overmacht onjuist uitgelegd en moet het bestreden besluit worden vernietigd. Het College beveelt hernieuwde beslissing en veroordeelt de Staat in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste uitleg van overmacht voor maïsproductie in 2002.