ECLI:NL:CBB:2008:BD1962
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- H.A.B. van Dorst Tatomir
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen in boerderijmelk
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Zuivel waarin de aanwezigheid van penicillinen en cefalosporinen in een monster van hun boerderijmelk werd vastgesteld. Het monster was genomen op 16 november 2005 en onderzocht door het Melkcontrolestation te Zutphen.
Na bezwaar heeft Campina een intern onderzoek ingesteld naar de monsterneming, het transport en de opslag van het monster, waarbij geen onregelmatigheden werden geconstateerd. Ook het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ) voerde een onderzoek uit en vond geen aanleiding tot twijfel aan de uitslag.
Appellanten stelden dat de uitslag onjuist was, onder meer omdat yoghurt en vla gemaakt van melk uit dezelfde tank geen antibiotica bevatten. Het College oordeelde echter dat onvoldoende aannemelijk was dat deze melk representatief was voor het monster en dat de aangevoerde argumenten geen concrete aanwijzingen vormden om aan de juistheid van het onderzoek te twijfelen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De procedure verliep volgens de Zuivelverordening 2000 en 2003, die zorgvuldigheid en juistheid van het onderzoek waarborgen.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen het besluit over de aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen in hun melkmonster wordt ongegrond verklaard.