ECLI:NL:CBB:2008:BD5340
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete opgelegd zonder wettelijke grondslag vernietigd door College van Beroep voor het bedrijfsleven
A werd door De Nederlandsche Bank (DNB) een bestuurlijke boete opgelegd wegens feitelijk leidinggeven aan een overtreding van de Wet toezicht kredietwezen 1992 door BFD Investments B.V. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van A ongegrond en handhaafde de boete, die was gematigd tot € 10.000.
In hoger beroep stelde DNB dat een bestuurlijke boete niet alleen aan de rechtspersoon kan worden opgelegd, maar ook aan degene die feitelijk leiding geeft. Het College oordeelde echter dat noch de Wet toezicht kredietwezen 1992, noch de Algemene wet bestuursrecht een wettelijke grondslag biedt om een boete aan een ander dan de overtreder zelf op te leggen.
Het College vernietigde daarom het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank. Het besluit van DNB werd herroepen, en DNB werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van A. Tevens werd bepaald dat de door A betaalde griffierechten door DNB worden vergoed.
Uitkomst: Het College verklaart het hoger beroep van A gegrond, vernietigt het boetebesluit en herroept het besluit van DNB wegens gebrek aan wettelijke grondslag.