ECLI:NL:CBB:2008:BD8238
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet-Nederlandse etikettering en misleidende vermeldingen op kruidenproducten
Appellante exploiteert een winkel in Rotterdam waar Chinese kruiden en kruidenpreparaten worden verkocht. Tijdens inspecties in januari en juli 2004 constateerde de Voedsel en Waren Autoriteit dat de etikettering van kruidenpotten niet in het Nederlands was gesteld en dat op de etalageruit en folders gezondheidsclaims werden gemaakt die niet zijn toegestaan volgens de Warenwet. Tevens werd het woord "geneeskruiden" gebruikt, wat niet is toegestaan.
Naar aanleiding hiervan kreeg appellante een schriftelijke waarschuwing en later een boete opgelegd van €1.130 wegens overtreding van artikel 19 van Pro de Warenwet en artikel 2 in Pro samenhang met artikel 23 van Pro het Warenwetbesluit. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, maar dit beroep werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelt appellante dat de Latijnse benamingen op de potten niet verboden zouden moeten zijn, dat vergelijkbare overtreders meer tijd kregen om hun etikettering aan te passen, en dat zij onterecht is beboet en gediscrimineerd. Het College oordeelt dat de etikettering ook voor voorraadpotten geldt en dat de aanduidingen in het Nederlands moeten zijn. Ook is gebleken dat andere vergelijkbare overtreders eveneens zijn beboet, en er is geen bewijs van discriminatie of oneerlijke behandeling.
Het College concludeert dat de minister terecht een boete heeft opgelegd en dat het bedrag proportioneel is gezien de ernst en herhaling van de overtredingen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.130 bevestigd.