ECLI:NL:CBB:2008:BF0030
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bestemmingsheffing rietdekkersbedrijf 2006
Appellante, een rietdekkersbedrijf, maakte bezwaar tegen een bestemmingsheffing opgelegd door het Hoofdbedrijfschap Ambachten voor het jaar 2006. Zij voerde aan dat zij geen lid is van de Vakfederatie Rietdekkers en dat de heffing neerkomt op een verkapte contributieheffing, aangezien leden van de Vakfederatie een aftrek op de heffing krijgen.
Het College heeft vastgesteld dat appellante inderdaad onder de werkingssfeer van de Verordening valt en dat de heffing op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) rechtmatig is opgelegd. De aftrek voor leden van de Vakfederatie is wettelijk verankerd in artikel 126, zesde lid, Wbo, en is bedoeld om dubbele lasten te voorkomen.
Het College oordeelde dat appellante door het ontbreken van lidmaatschap geen recht heeft op aftrek en dat dit haar niet in een slechtere positie plaatst dan leden die contributie betalen. Ook de twijfels van appellante over de deskundigheid van verweerder en de rechtvaardiging van de heffing konden de rechtmatigheid van het besluit niet aantasten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Verordening werd als verbindend beschouwd, mede door de wetswijziging die eventuele gebreken in de ministeriële goedkeuring heeft geheeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestemmingsheffing rietdekkersbedrijf 2006 wordt ongegrond verklaard.