ECLI:NL:CBB:2008:BD4081
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- H.C. Cusell
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek naar terugwerkende kracht en goedkeuring heffingsverordeningen Wbo
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 4 juni 2008 besloten het onderzoek te heropenen in een aantal gevoegde zaken betreffende de geldigheid van heffingsverordeningen onder de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo). Centraal staat de vraag of onderscheid gemaakt moet worden tussen heffingen gebaseerd op verordeningen van vóór en na de publicatie van werkafspraken op 4 maart 2005, alsmede de toelaatbaarheid van de terugwerkende kracht van de wijziging van artikel 128a Wbo per 1 juli 1999.
De wijziging van artikel 128a Wbo, met terugwerkende kracht ingevoerd door de Wet van 8 november 2007, bepaalt dat verordeningen die door ten minste één van de drie betrokken ministers zijn goedgekeurd, geldig zijn, ook als niet alle ministers gezamenlijk hebben goedgekeurd. Het College overweegt dat het niet bevoegd is over de inhoud van de wet te oordelen, tenzij deze strijdig is met verdragsbepalingen zoals artikel 6 EVRM Pro en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol.
Het College concludeert dat de terugwerkende kracht van de wet niet onredelijk is en dat de belangen van heffingplichtigen niet dermate worden geschaad dat de wet haar karakter als reguliere belastingwet verliest. Tevens oordeelt het College dat het beroep op artikel 6 EVRM Pro niet slaagt omdat het hier gaat om publiekrechtelijke belastinggeschillen zonder strafrechtelijke connotatie.
Gezien deze overwegingen en de complexiteit van de aangevoerde argumenten, besluit het College het onderzoek te heropenen en de zaken te splitsen om op de overige gronden nader in te gaan.
Uitkomst: Het College heropent het onderzoek en splitst de zaken voor nadere behandeling van de overige argumenten.