ECLI:NL:CBB:2008:BF0177
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over zoogkoeienpremie en veebezettingsruimte volgens EG-regelgeving
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij haar bezwaar tegen een eerdere beslissing over de zoogkoeienpremie over het jaar 2004 ongegrond werd verklaard. Kern van het geschil is dat appellante stelt dat zij tijdig haar aanvraag oppervlakten heeft ingediend, waardoor zij recht zou hebben op een grotere veebezettingsruimte en daarmee meer premierechten.
Het College stelt vast dat het besluit om de aanvraag oppervlakten buiten behandeling te laten onherroepelijk is geworden en dat daardoor geen voederareaal kon worden geregistreerd. Dit leidde ertoe dat verweerder uitging van een veebezettingsruimte van 15 GVE en een maximum van 18,2 premiewaardige runderen. Het benuttingspercentage van de premierechten bedroeg 59,38%, waardoor 13 premierechten terecht aan de nationale reserve zijn toegevoegd.
Appellante voert aan dat de gevolgen van deze beslissing haar onevenredig zwaar treffen, maar het College oordeelt dat deze gevolgen voortvloeien uit communautaire regelgeving waar verweerder niet van mag afwijken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.