ECLI:NL:CBB:2008:BF0222
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen hernieuwde beslissing AFM inzake openbaarmaking rapport
De procedure betreft een verzoek van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Minister van Financiën tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar van A tegen een besluit van de minister inzake openbaarmaking van een rapport gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De rechtbank oordeelde dat het geschil moet worden beoordeeld op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) en dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het rapport niet openbaar gemaakt kon worden. De rechtbank stelde dat AFM een nieuw besluit op bezwaar moest nemen, maar verwees naar de Wet op het financieel toezicht (Wft) voor de bevoegdheid.
Verzoekers stelden in hoger beroep dat het besluit van de minister gebaseerd is op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en dat de rechtbank en het College niet bevoegd zijn. Zij verzochten om een voorlopige voorziening om AFM te ontheffen van de verplichting tot hernieuwde beslissing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er twijfel bestaat over de bevoegdheid en de juistheid van de uitspraak van de rechtbank, en dat het belang van de goede procesorde vereist dat AFM niet opnieuw hoeft te beslissen voordat het hoger beroep is afgerond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom toegewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: AFM wordt ontheven van de verplichting om opnieuw op bezwaar te beslissen totdat het hoger beroep is afgerond.