ECLI:NL:RBROT:2008:BD2857
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering openbaarmaking rapport toezicht effectenverkeer wegens onvoldoende motivering
Eiser verzocht de Minister van Financiën om openbaarmaking van een rapport uit 1996 over het toezicht op Nusse Brink Commissionairs B.V. en Regio Effekt Holding N.V. De Minister weigerde dit verzoek op grond van artikel 31, vijfde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995), waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de Wte 1995, aangezien het besluit voor 1 januari 2007 was genomen. De Minister baseerde zijn weigering op een letterlijke lezing van de geheimhoudingsbepalingen, zonder te onderzoeken of het rapport vertrouwelijke gegevens bevat die bescherming verdienen. De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat het ontbreken van een inhoudelijke beoordeling van het vertrouwelijk karakter van het rapport een schending van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) oplevert.
Verder constateerde de rechtbank dat de Minister niet bevoegd is tot heroverweging van het besluit sinds de overgang van toezichtstaken naar de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en legde de proceskosten bij de Minister. De AFM wordt geacht een nieuwe heroverweging te verrichten, waarbij rekening moet worden gehouden met het vertrouwelijkheidsaspect en de belangen van betrokken partijen, waaronder het faillissement van de betrokken ondernemingen.
De uitspraak benadrukt het belang van een richtlijnconforme interpretatie van de geheimhoudingsregels en het evenwicht tussen transparantie en bescherming van vertrouwelijke informatie in het financieel toezicht.
Uitkomst: Het besluit van de Minister tot weigering van openbaarmaking van het rapport wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor heroverweging door de AFM.