ECLI:NL:CBB:2008:BG0388
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- H.C. Cusell
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over berekening melkequivalent en vetgehalte bij consumentenquotum zuivel
Appellante maakte bezwaar tegen de wijze waarop verweerder de superheffing berekende over rechtstreekse verkoop van zuivelproducten in de heffingsperiode 2005/2006. Centraal stond de vraag of bij de berekening van het melkequivalent van boerenkaas het vetgehalte aan het consumentenquotum moet worden toegekend en of de gehanteerde omrekeningsfactor van 8,5 kg melk per kg kaas juist is.
Verweerder had het consumentenquotum vastgesteld zonder rekening te houden met het vetgehalte, conform artikel 12, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1788/2003, en hanteerde een omrekeningsfactor van 8,5 gebaseerd op analyse van het COKZ en het kaasboek van appellante. Appellante betoogde dat het vetgehalte wel moet worden meegenomen en dat de omrekeningsfactor onjuist is, onder meer omdat eiwitgehalte ten onrechte wordt betrokken.
Het College overwoog dat de Europese regelgeving geen vetgehalte toekent aan het consumentenquotum en dat het verschil in behandeling tussen fabrieks- en consumentenquotum een bewuste keuze is. De formule voor de omrekeningsfactor is passend binnen het wettelijke stelsel en mag ook eiwitgehalte betrekken. De door verweerder gehanteerde factor van 8,5 is zorgvuldig vastgesteld en appellante heeft onvoldoende aangetoond dat een lagere factor had moeten gelden.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de heffing wordt bevestigd.