ECLI:NL:CBB:2008:BG4025
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Fierstra
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- R.J.G.M. Widdershoven
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ongegrondverklaring tuchtklacht wegens valsheid in geschrifte voorafgaand aan inschrijving registeraccountant
De zaak betreft een beroep van het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants tegen een beslissing van de raad van tucht, die een klacht tegen een registeraccountant ongegrond verklaarde. De klacht betrof valsheid in geschrifte en medeplichtigheid daaraan, gepleegd vóór de inschrijving van betrokkene in het accountantsregister.
Appellant stelde dat de misdrijven gepleegd vóór inschrijving wel degelijk tuchtrechtelijk beoordeeld moesten worden, mede omdat de strafrechtelijke veroordeling pas na inschrijving plaatsvond. Tevens voerde appellant aan dat betrokkene niet tijdig had gemeld dat er een strafrechtelijk onderzoek liep, wat gezien zijn maatschappelijke functie als registeraccountant wel verlangd mocht worden.
Het College oordeelde dat het tuchtrecht alleen ziet op gedragingen tijdens inschrijving, met uitzondering van herinschrijving na doorhaling, wat hier niet aan de orde was. Analoge toepassing van deze uitzondering werd verworpen vanwege het legaliteitsbeginsel. Verder stelde het College dat appellant de inschrijving wel degelijk kon toetsen aan verdenkingen voorafgaand aan inschrijving, maar dat betrokkene niet verplicht was het strafrechtelijk onderzoek te melden omdat het inschrijvingsformulier hier niet naar vroeg.
Het beroep werd daarom verworpen en de klacht bleef ongegrond verklaard. De uitspraak onderstreept het belang van het legaliteitsbeginsel en de beperkte reikwijdte van het tuchtrecht voorafgaand aan inschrijving.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de klacht tegen betrokkene blijft ongegrond verklaard.