ECLI:NL:CBB:2008:BG8042
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling toeslagrechten GLB-inkomenssteun 2006 afgewezen
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin de toeslagrechten op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 waren vastgesteld. Appellant voerde aan dat zijn productie in de referentieperiode (2000-2002) nadelig was beïnvloed door overheidsingrijpen, met name de aanleg van de Betuwelijn, waardoor hij minder toeslagrechten ontving.
Het College oordeelde dat op grond van Verordening (EG) nr. 1782/2003 het referentiebedrag wordt berekend over de verleende steun in de referentieperiode en dat een beroep op overmacht alleen leidt tot aanpassing van het referentiebedrag indien een duidelijk oorzakelijk verband en nadelig gevolg in de premies is aangetoond. Uit de productiegegevens bleek echter dat de productie in de referentieperiode hoger was dan in de voorgaande jaren en dat appellant in 2000 meer subsidie ontving dan in latere jaren.
Verder werd het beroep op toeslagrechten uit de nationale reserve wegens investeringen afgewezen omdat de aangekochte grond reeds in pacht was genomen en dus al was meegenomen in de toeslagberekening. Een bedrijfsbezoek werd niet noodzakelijk geacht omdat dit geen ander oordeel zou opleveren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de toeslagrechten werd ongegrond verklaard.