ECLI:NL:CBB:2008:BH2603
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing energie-investeringsaftrek voor investering in nieuwe scheepsmotor
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken waarin hun aanvragen voor energie-investeringsaftrek (EIA) voor een investering in de hermotorisatie van een binnenvaartschip werden afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat de investering niet voldeed aan de vereiste energiebesparing van ten minste 0,3 Nm³ aardgasequivalent per jaar per geïnvesteerde euro.
De kern van het geschil betrof de wijze waarop het energieverbruik van de nieuwe motor moest worden vastgesteld. Verweerder baseerde zich op een schatting van het energieverbruik van de nieuwe motor op basis van testprotocollen van de fabrikant, terwijl appellanten stelden dat praktijkcijfers van het brandstofverbruik van de nieuwe motor moesten worden gebruikt.
Het College oordeelde dat verweerder terecht het historisch energieverbruik van de oude motor heeft afgezet tegen een schatting van het nieuwe verbruik op basis van testgegevens, mede vanwege de invloed van variabelen zoals vaarsnelheid, beladingsgraad en vaaromstandigheden die in praktijkcijfers niet duidelijk zijn verwerkt. De enkele stelling van appellanten dat deze variabelen niet zijn gewijzigd, was onvoldoende om dit oordeel te weerleggen.
Het College verwierp ook het argument van appellanten dat praktijkcijfers gebruikt hadden moeten worden, mede omdat de melding binnen drie maanden na het aangaan van de verplichtingen moet worden gedaan en de praktijkgegevens over een korte periode minder betrouwbaar zijn. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de aanvragen voor energie-investeringsaftrek worden ongegrond verklaard.