ECLI:NL:CBB:2009:BH2722
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten tot doding verdachte evenhoevige dieren wegens mond- en klauwzeer
In deze zaak stonden besluiten centraal waarbij verweerder, de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees, op grond van het Besluit verdachte dieren en de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, evenhoevige dieren van appellanten als verdacht aanmerkte en besloot tot doding van deze dieren vanwege verdenking van mond- en klauwzeer (mkz).
Appellanten voerden aan dat de termijn van verdenking was verstreken en dat verweerder onrechtmatig had gehandeld door de dieren te doden. Tevens werd aangevoerd dat verweerder niet correct uitvoering had gegeven aan eerdere uitspraken van het College. Het College stelde vast dat verweerder terecht bevoegd was tot het nemen van de maatregelen, maar dat verweerder in strijd met artikel 3:2 Awb Pro niet de nodige kennis omtrent de feiten, waaronder de laboratoriumgegevens van ID-Lelystad, aan appellanten had verschaft en hen niet in de gelegenheid had gesteld daarop te reageren.
Het College oordeelde dat de besluiten onvoldoende waren gemotiveerd en dat verweerder de bezwaren opnieuw moest beoordelen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De reeds door het College beslechte kwesties konden niet opnieuw worden besproken.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de besluiten tot doding van verdachte dieren vernietigd; verweerder moet opnieuw beslissen met inachtneming van deze uitspraak.