ECLI:NL:CBB:2009:BH3324
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing boeteoplegging door DNB aan pensioenfonds A wegens overtreding artikel 24 Wvb
Het geschil betreft een boete die De Nederlandsche Bank (DNB) aan Stichting A heeft opgelegd wegens overtreding van artikel 24, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb). Deze bepaling beperkt pensioenuitvoerders in het verstrekken van informatie over regelingen die niet door henzelf worden uitgevoerd.
DNB stelde vast dat A meer dan algemene informatie had verstrekt over een gelieerde vennootschap C die de levensloopregeling uitvoerde. DNB legde daarop een boete op, die later deels werd herzien tot nihil. De rechtbank vernietigde de besluiten van DNB, onder meer omdat zij oordeelde dat DNB niet bevoegd was tot het nemen van het wijzigingsbesluit en dat de wettelijke grondslag voor de boete ontbrak.
In hoger beroep oordeelt het College dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil is getreden door te beslissen over het wijzigingsbesluit waartegen geen beroep was ingesteld. Het College vernietigt daarom dit deel van de uitspraak. Tevens oordeelt het College dat de boeteoplegging wel een wettelijke grondslag heeft, behoudens voor de hoogte van de boete. Verder stelt het College vast dat A artikel 24 Wvb Pro heeft overtreden door meer dan algemene informatie te geven over C. De beroepsgronden van A worden verworpen, waaronder het beroep op het vertrouwensbeginsel.
Het College verklaart het hoger beroep van DNB en A gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van A tegen het boetebesluit ongegrond en bepaalt dat DNB het door A betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het beroep van A tegen het boetebesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.