ECLI:NL:CBB:2008:BC8271
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke boete wegens overtreding Wet verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds
De zaak betreft een hoger beroep van Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PGGM) en De Nederlandsche Bank (DNB) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over boetes opgelegd wegens overtreding van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000).
De rechtbank had geoordeeld dat PGGM artikel 5 en Pro 7 Wet Bpf 2000 had overtreden, maar niet artikel 6, vierde lid. DNB stelde dat PGGM ook artikel 6, vierde lid, had overtreden door suggesties te doen aan deelnemers om gegevensverstrekking aan haar dochteronderneming Careon te machtigen. PGGM voerde onder meer aan dat Careon haar naam niet gebruikte in het economisch verkeer en dat DNB onzorgvuldig handelde.
Het College oordeelt dat PGGM artikel 5 heeft Pro overtreden door niet op te treden tegen het gebruik van haar naam door Careon, dat zij ook artikel 6, vierde lid, heeft overtreden door het toestaan van een advertentie van Careon in het door PGGM verspreide blad Eigen Tijd, en dat zij artikel 7 heeft Pro overtreden door onjuiste informatie over de levensloopregeling te verstrekken. Het College verwerpt de bezwaren van PGGM tegen de boetes en bevestigt dat DNB terecht en zorgvuldig heeft gehandeld. Het hoger beroep van PGGM wordt ongegrond verklaard, dat van DNB gegrond, en de rechtbankuitspraak wordt deels vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van PGGM wordt ongegrond verklaard en dat van DNB gegrond, waarbij de rechtbankuitspraak deels wordt vernietigd en de opgelegde boetes worden bevestigd.