ECLI:NL:CBB:2009:BH3798
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen subsidievaststelling
In deze bestuursrechtelijke procedure betwist appellante, A B.V., het besluit van de Minister van Economische Zaken waarbij het bezwaar tegen de vaststelling van subsidie voor haar project niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De subsidievaststelling was op 20 maart 2007 vastgesteld op nihil en gericht aan appellante. Het bezwaar werd echter ingediend door B, gemachtigde van appellante, op 16 oktober 2007, ruim na de termijn van zes weken.
Appellante stelde dat het besluit niet aan haar gemachtigde was toegezonden, waardoor de termijn niet was gaan lopen. Het College oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit aan de gemachtigde was verzonden en dat het bestuursorgaan bekend was met de gemachtigde, zodat de kennisgeving aan appellante zelf niet voldeed aan de vereiste bekendmaking. De termijn begon pas te lopen toen de gemachtigde op 14 september 2007 het besluit ontving.
Daarom was het bezwaar tijdig ingediend en had verweerder ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het College vernietigde het bestreden besluit, veroordeelde verweerder in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed. Verweerder werd opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar.