ECLI:NL:CBB:2009:BH3799
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking vergunning binnenlands beroepsvervoer wegens onvoldoende vakbekwaamheid
Verzoeksters, twee transportbedrijven, hadden vergunningen voor binnenlands en grensoverschrijdend beroepsvervoer die door verweerster werden ingetrokken omdat niet aannemelijk was dat X, de vakbekwame persoon, permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de vervoerwerkzaamheden. Verzoeksters stelden dat zij niet aan alle criteria hoefden te voldoen en dat de gehanteerde definitie van concernrelatie onjuist was toegepast. Tevens voerden zij aan dat X wel degelijk leiding gaf en een redelijke vergoeding ontving.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeksters een spoedeisend belang hadden vanwege het risico op insolventie door het niet kunnen uitvoeren van opdrachten. Echter was niet aannemelijk dat X permanent en daadwerkelijk leiding gaf, mede omdat hij vakbekwaamheid in meerdere ondernemingen inbracht en geen sprake was van een concernrelatie. Ook was onvoldoende onderbouwd dat X een redelijke vergoeding ontving of daadwerkelijk leiding gaf.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het onderzoek van verweerster zorgvuldig was en dat verzoeksters onvoldoende concreet bewijs hadden geleverd. De bijzondere omstandigheden van de ondernemingen rechtvaardigden geen afwijking van het beleid. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunningen wordt afgewezen.