ECLI:NL:CBB:2009:BI0900
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- F. Stuurop
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling toeslagrechten op grond van Regeling GLB-inkomenssteun 2006
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar toeslagrechten op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 zijn vastgesteld. Zij stelt dat zij ook toeslagrechten toekomen voor percelen die zij gedurende de referentieperiode van RVR Hoofddorp BV in gebruik had, hoewel deze percelen formeel door RVR zijn opgegeven en de rechtstreekse betalingen aan RVR zijn gedaan.
De kern van het geschil betreft de vraag of de percelen die appellante op basis van een mondelinge overeenkomst met RVR feitelijk gebruikte, betrokken moeten worden bij de berekening van haar toeslagrechten. Verweerder heeft deze percelen niet meegenomen omdat de rechtstreekse betalingen in de referentieperiode aan RVR zijn verleend.
Het College oordeelt dat het systeem van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vereist dat toeslagrechten worden toegekend aan de landbouwer die de rechtstreekse betalingen in de referentieperiode heeft ontvangen. De afspraken tussen appellante en RVR omtrent het gebruik van de grond en de doorbetaling van steunbedragen kunnen daaraan niet afdoen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit van verweerder.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van toeslagrechten wordt ongegrond verklaard.