ECLI:NL:CBB:2009:BI1003
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard inzake weigering runderpremies door onvoldoende voederareaal
Appellant diende een verzamelaanvraag in voor runderpremies over 2005, waaronder zoogkoeien- en stierenpremies. Verweerder wees deze deels af omdat appellant geen voederareaal had opgegeven, waardoor de veebezettingsruimte werd beperkt tot 15 GVE. Appellant stelde dat sprake was van een kennelijke fout doordat zijn zoon de aanvraag invulde met onjuiste bijdragecodes.
Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat geen sprake was van een kennelijke fout, aangezien uit de aanvraag niet bleek dat appellant meer dan 15 GVE wilde aanvragen. Het College oordeelde dat verweerder niet verplicht was om de aanvraag te corrigeren zonder duidelijke aanwijzingen voor een fout en dat het risico van onjuiste invulling bij appellant ligt.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen toezeggingen waren gedaan die een gunstige beslissing rechtvaardigen. Het College verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van runderpremies wegens onvoldoende voederareaal wordt ongegrond verklaard.