ECLI:NL:CBB:2009:BI5252
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. Fierstra
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing toerekeningssysteem kosten Schiphol Plaza aan luchtvaartactiviteiten
Het geschil betreft hoger beroepen van BARIN, KLM, NMa en Schiphol tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de goedkeuring van het toerekeningssysteem voor kosten en opbrengsten van Schiphol Plaza. De rechtbank had het bestreden besluit deels vernietigd wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In hoger beroep betwisten BARIN en KLM onder meer de toerekening van kosten van Schiphol Plaza aan luchtvaartactiviteiten, het gebruik van de term 'terminalcomplex', en de toegepaste verdeelsleutels en normen. NMa stelt dat KLM ten onrechte als belanghebbende is aangemerkt. Schiphol richt zich tegen de gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep van BARIN en KLM.
Het College oordeelt dat KLM terecht als belanghebbende is aangemerkt en verklaart het hoger beroep van NMa ongegrond. Het verklaart het hoger beroep van Schiphol niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. De bezwaren van BARIN en KLM over de toerekening van kosten van het casco en technische installaties van Schiphol Plaza worden gegrond verklaard, waardoor de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep op dit punt ongegrond wordt verklaard. Voor het overige wordt de uitspraak bevestigd met verbetering van de gronden.
Het College veroordeelt NMa in de proceskosten van BARIN en KLM en bepaalt dat de Staat de proceskosten en griffierechten dient te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van Schiphol wordt niet-ontvankelijk verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt deels vernietigd en deels bevestigd, en NMa wordt veroordeeld in de proceskosten.