ECLI:NL:CBB:2009:BI7098
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wijziging openbaar vervoer routes in ’s-Hertogenbosch
Appellanten, eigenaren en bewoners van panden nabij de Parade in ’s-Hertogenbosch, maakten bezwaar tegen gewijzigde openbaar vervoer routes die per 15 augustus 2007 via de Parade in plaats van de Markt liepen. Deze wijziging volgde op een herinrichting van de Markt en werd door de provincie Noord-Brabant als concessieverlener niet als wijziging van de concessie aangemerkt, maar als een aanpassing van het exploitatieplan en de dienstregeling, waarvoor de vervoerder verantwoordelijk is.
Het College overwoog dat de brief van 14 augustus 2007 waarin de wijziging werd meegedeeld geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is. De wijziging van de routes betreft geen wijziging van het concessiebesluit, omdat de concrete lijnvoering niet in de concessievoorschriften is vastgelegd. Het exploitatieplan is een civielrechtelijke opdracht en maakt geen deel uit van de concessie.
Appellanten voerden aan dat de provincie wel bevoegd is tot vaststelling van de routes en dat hun bezwaren, onder meer vanwege gezondheids- en schadebelangen, ontvankelijk hadden moeten worden verklaard. Ook verwezen zij naar Europese luchtkwaliteitsrichtlijnen. Het College verwierp deze gronden, omdat het nationale bestuursrecht bepaalt dat alleen besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb Pro voor bezwaar vatbaar zijn en er geen sprake is van een dergelijk besluit.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen gewijzigde openbaar vervoer routes is ongegrond verklaard.