ECLI:NL:CBB:2009:BI7104
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Premieregeling zoogkoeienbestand: beroep tegen besluit over zoogkoeienpremie 2002-2003
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw over de zoogkoeienpremie voor de jaren 2002 en 2003. De kern van het geschil betreft de toekenning van premie voor een aantal runderen en de berekening van premierechten. Verweerder had een korting opgelegd vanwege acht runderen die niet premiewaardig werden geacht, deels omdat zij niet voldeden aan de aanhoudtermijn van zes maanden na de aanvraag.
Appellant voerde aan dat doodgeboren kalveren niet altijd werden geregistreerd en dat de aanhoudtermijn onduidelijk was. Het College oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de status van bepaalde runderen en dat de aanhoudtermijn correct werd toegepast vanaf de dag na ontvangst van de aanvraag. De opgelegde korting was in overeenstemming met de Europese regelgeving.
Wel stelde het College vast dat het bestreden besluit niet duidelijk maakte welke gevolgen de gegrondverklaring van het bezwaar had voor het aantal premierechten per 1 januari 2003 en de premieaanvraag 2003. Daarom werd het besluit op dat punt vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het gaat om de premierechten per 1 januari 2003 en de premieaanvraag 2003; verweerder moet opnieuw beslissen.