ECLI:NL:CBB:2009:BJ6457
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over boeteoplegging AFM wegens bemiddeling garantieproducten
In deze zaak staat het hoger beroep van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam centraal, waarin een boete aan A wegens het bemiddelen in garantieproducten van GoodWood werd vernietigd. De kern van het geschil betreft de uitleg en toepassing van artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992).
De Nederlandsche Bank (DNB) had in 2002 aan GoodWood meegedeeld dat het Groen Garantie Plan niet onder de Wtk 1992 viel. Later stelde DNB echter vast dat de garantieproducten wel onder de wet vielen en legde zij GoodWood een last onder dwangsom op. AFM legde vervolgens aan A een boete op wegens bemiddeling in deze producten. De rechtbank oordeelde dat de brief van 22 juli 2002 een beleidslijn van DNB vormde en dat AFM niet in redelijkheid tot boeteoplegging kon overgaan zonder eerst duidelijk te maken dat het standpunt was gewijzigd.
Het College van Beroep stelt dat de brief van DNB een bestuurlijk rechtsoordeel betreft en geen beleidsregel. Het College oordeelt dat AFM uit zorgvuldigheid en belangenafweging eerst kenbaar had moeten maken dat het rechtsoordeel was herroepen voordat sancties werden opgelegd. Omdat A niet op passende wijze is geïnformeerd over deze wijziging, bevestigt het College de uitspraak van de rechtbank en vernietigt de boete. Tevens wordt het griffierecht aan AFM opgelegd.
Uitkomst: Het College bevestigt de vernietiging van de boete aan A wegens onvoldoende kenbare herroeping van het rechtsoordeel van DNB.