ECLI:NL:CBB:2007:BB3786
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging last onder dwangsom wegens onjuiste toepassing Wet toezicht kredietwezen 1992
GoodWood Investments B.V. (appellante) bood diverse garantieproducten aan die volgens De Nederlandsche Bank (DNB) in strijd waren met artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992). DNB legde een last onder dwangsom op wegens het aantrekken van opvorderbare gelden zonder vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de last.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat de producten niet vielen onder het verbod, dat zij gerechtvaardigd vertrouwen had op basis van eerdere correspondentie met DNB, en dat de last onterecht en onvoldoende bepaald was. DNB stelde dat appellante geen belang meer had nu de last was opgeheven en handhaafde haar standpunten.
Het College oordeelde dat appellante wel degelijk belang had bij het hoger beroep vanwege de gevolgen van de last, waaronder reputatieschade en omzetverlies. Het College bevestigde dat de garantieproducten opvorderbare gelden betroffen en dat DNB bevoegd was op te treden. Echter, het College stelde vast dat DNB appellante niet tijdig en duidelijk had geïnformeerd over het gewijzigde standpunt ten opzichte van eerdere goedkeuringen, waardoor de last in strijd met de Awb tot stand was gekomen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de last en het besluit van DNB vernietigd, en DNB werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van DNB tot oplegging van een last onder dwangsom wordt vernietigd en DNB wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.