ECLI:NL:CBB:2009:BJ7080
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake beroep tegen afwijzing hardheidsclausule S&O-afdrachtvermindering
Appellante, Heineken Group B.V., stelde beroep in tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken waarin haar beroep op de hardheidsclausule van artikel 63 AWR Pro werd afgewezen. Het geschil betrof de toepassing van een forfaitair gemiddeld uurloon van € 28,-- voor de S&O-afdrachtvermindering, wat volgens appellante tot onbillijke benadeling leidde.
Het College onderzocht de bevoegdheid om kennis te nemen van het beroep. Hoewel artikel 30, derde lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen openlijk beroep bij het College toestaat tegen besluiten van de Minister van EZ, oordeelde het College dat dit niet bedoeld kon zijn voor besluiten omtrent toepassing van de hardheidsclausule. Dit vanwege de systematiek van de wetgever en het ontbreken van een expliciete uitzondering in de wet.
De Minister van EZ had de hardheidsclausule niet toegepast omdat de forfaitaire regeling bewust was gekozen ter vereenvoudiging en mogelijke nadelen voor sommige bedrijven waren voorzien. Appellante voerde aan dat haar situatie onbillijk werd getroffen door de forfaitaire regeling, mede door organisatorische veranderingen binnen de Heineken groep.
Het College concludeerde dat het niet bevoegd was om van het beroep kennis te nemen en bepaalde dat de betaalde griffierechten aan appellante werden vergoed. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het College verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en vergoedt het betaalde griffierecht aan appellante.