ECLI:NL:CBB:2009:BJ8800
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening subsidie op basis van verhoging vollasturen in vergistingsinstallaties
Appellant heeft subsidies aangevraagd voor twee vergistingsinstallaties op basis van 7.000 vollasturen, zoals vastgesteld in de besluiten van 14 juni 2007. Appellant heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, waardoor deze onherroepelijk zijn geworden. Later verzocht appellant om herziening van de subsidie op basis van 8.400 vollasturen, wat door verweerder is afgewezen omdat geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
Appellant stelde dat hij geen bezwaar had gemaakt uit vrees voor intrekking van de subsidie en dat het gelijkheidsbeginsel een verhoging rechtvaardigde, omdat vergelijkbare projecten wel subsidie ontvingen op basis van hogere vollasturen. Het College oordeelde dat het niet maken van bezwaar binnen de gestelde termijn de besluiten rechtsgeldig en onaantastbaar heeft gemaakt. Jurisprudentie en het wettelijke systeem vereisen dat rechtsmiddelen tijdig worden ingezet.
Het College stelde vast dat jurisprudentie en het feit dat andere belanghebbenden wel bezwaar maakten, geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. Ook de vrees van appellant voor intrekking van subsidie vormt geen bijzondere omstandigheid. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van de subsidie op basis van 8.400 vollasturen wordt ongegrond verklaard.