ECLI:NL:CBB:2009:BJ9298
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- F. Stuurop
- C.J. Waterbolk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijzigingsverzoek steunzender binnen reparatiebeleid commerciële radiofrequenties
In deze zaak staat centraal het verzoek van BNR Nieuwsradio om een steunzender te plaatsen op 99.8 MHz te Oisterwijk ter oplossing van ontvangstproblemen binnen haar vergunde verzorgingsgebied. De Staatssecretaris weigerde dit verzoek op grond van strijd met het frequentieplan en doelmatig frequentiegebruik, stellende dat het verzoek een nieuwe vergunning betrof die via een veiling of vergelijkende toets zou moeten worden verdeeld.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het verzoek moet worden gezien als een wijziging van de bestaande vergunning en dat de Staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het verzoek geweigerd moest worden. De Staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat het gebruik van een netonafhankelijke frequentie altijd een nieuwe vergunning vergt.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt de uitspraak van de rechtbank en overweegt dat het verzoek van BNR binnen het reparatiebeleid valt, dat geen onderscheid maakt tussen netgebonden en netonafhankelijke steunzenders. Het College wijst erop dat de ontvangstproblemen zijn ontstaan door de feitelijke implementatie van zendmasten afwijkend van de oorspronkelijk vergunde locaties, en dat het reparatiebeleid juist bedoeld is om dergelijke problemen te verhelpen.
Het College vernietigt het besluit van 11 september 2008 en bepaalt dat de Staatssecretaris opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt het College de Staat tot vergoeding van de proceskosten van BNR en regelt het griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van het reparatiebeleid en de ruime beleidsvrijheid van de Staatssecretaris, maar stelt grenzen aan het weigeren van wijzigingsverzoeken die binnen dat beleid passen.
Uitkomst: Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank, vernietigt het besluit van 11 september 2008 en veroordeelt de Staat tot vergoeding van de proceskosten.