ECLI:NL:CBB:2009:BK1202
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag extensiveringsbedrag op grond van Regeling dierlijke EG-premies
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor het extensiveringsbedrag over het jaar 2002 op grond van de Regeling dierlijke EG-premies. Het geschil betreft de vraag of het door appellante opgegeven voederareaal, bestaande uit grasland en natuurterrein, voldoet aan de eis dat het voederareaal ten minste voor 50% uit grasland moet bestaan.
Verweerder heeft het bezwaar van appellante tegen de afwijzing van de aanvraag opnieuw ongegrond verklaard. Het College heeft vastgesteld dat natuurterrein (gewascode 866) minder dan 50% uit grassen bestaat en daarom niet als grasland kan worden aangemerkt. Appellante had dit natuurterrein zelf als zodanig opgegeven en heeft geen tijdig verzoek tot wijziging ingediend.
De berekening van het veebezettingsgetal is gebaseerd op het extensiveringsareaal dat voor ten minste 50% uit grasland bestaat, waardoor slechts 50,56 hectare in aanmerking kon worden genomen. Dit leidt tot een veebezettingsgetal van 3,98 GVE per hectare, wat hoger is dan de toegestane grens van 1,8 GVE per hectare. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het besluit tot afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag om het extensiveringsbedrag wordt gehandhaafd.