ECLI:NL:CBB:2009:BK2049
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens kennelijke fout bij vaststelling GLB-inkomenssteun 2007
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw van 1 juli 2008, waarbij hun bezwaar tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2007 ongegrond werd verklaard. De aanvraag bevatte een kennelijke fout doordat alleen de maïspercelen waren aangekruist voor toeslaguitbetaling, terwijl ook de graspercelen hadden moeten worden opgenomen.
Verweerder stelde dat geen sprake was van een kennelijke fout, omdat het niet zijn taak is om de motieven van de aanvrager te onderzoeken en dat het aan de landbouwer is om te bepalen welke toeslagrechten hij laat uitbetalen. Het College oordeelde echter dat het verschil tussen het aangevraagde en het maximaal mogelijke bedrag zodanig groot was dat dit bij een summier onderzoek direct opviel.
Het College overwoog dat het redelijkerwijs uitgesloten moet worden geacht dat appellante bewust slechts een deel van haar toeslagrechten heeft aangevraagd, mede gelet op het onaannemelijke karakter dat de graspercelen niet aan de voorwaarden zouden voldoen. Daarom is sprake van een kennelijke fout die verweerder had moeten signaleren en appellante de gelegenheid had moeten bieden de aanvraag te corrigeren.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens een kennelijke fout in de aanvraag bedrijfstoeslag 2007.