ECLI:NL:CBB:2009:BK5722
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over misbruik economische machtspositie zorgverzekeraar Menzis bij contractering mondhygiënisten
De Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM) diende een klacht in bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) tegen zorgverzekeraar Menzis wegens vermeend misbruik van economische machtspositie door het hanteren van niet-onderhandelbare standaardcontracten en het beperken van vergoeding aan gecontracteerde zorgaanbieders. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat NMa onvoldoende onderzoek had verricht en vernietigde het besluit van 14 juli 2006, waarbij de klacht was afgewezen.
NMa ging in hoger beroep en voerde aan dat het hanteren van standaardcontracten niet per definitie misbruik inhoudt en dat er geen aanwijzingen waren voor marktverstoring of beperking van keuzevrijheid van consumenten. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) oordeelde dat NMa voldoende gemotiveerd had dat er geen aanwijzingen waren voor misbruik en dat nader onderzoek niet noodzakelijk was. Het College verwierp de kritiek op het gebruik van het SEO-rapport en bevestigde dat de stand van zaken bij indiening van de klacht bepalend is.
Het College vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van NVM ongegrond. Er was onvoldoende bewijs dat Menzis haar machtspositie misbruikte door het contracteerbeleid, mede gelet op het dynamische marktproces en de keuzevrijheid van verzekerden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het College vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de NVM tegen het besluit van de NMa ongegrond wegens onvoldoende aanwijzingen voor misbruik van economische machtspositie door Menzis.