ECLI:NL:CBB:2009:BK6813
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij wijziging bedrijfstoeslag aanvraag na termijnoverschrijding
Appellante diende op 14 mei 2007 een gecombineerde opgave in voor bedrijfstoeslag 2007, waarbij zij per abuis perceel 6 (niet subsidiabel) aankruiste in plaats van perceel 7 (wel subsidiabel). Na ontvangst van een correctieverzoek en een bezwaar wees verweerder het verzoek tot wijziging af vanwege termijnoverschrijding en het ontbreken van een kennelijke fout.
Het geschil draaide om de vraag of de aanvraag een kennelijke fout bevatte die een latere correctie rechtvaardigde. Het College overwoog dat toeslagrechten alleen kunnen worden uitbetaald als duidelijk is op welke percelen ze betrekking hebben. Volgens het gehanteerde Werkdocument van de Europese Commissie moet een kennelijke fout onopzettelijk zijn, te goeder trouw zijn gemaakt en zonder bedrog. Verweerder stelde dat het aanvragers vrij staat om toeslagrechten al dan niet te laten uitbetalen en dat dit niet automatisch een fout is.
Het College concludeerde dat de aanvraag niet onlogisch of onbegrijpelijk was ingevuld en dat de wijziging na de termijn niet kon worden toegestaan. Hoewel appellante een financieel nadeel leed door het niet opnemen van perceel 7, was dit verschil niet zodanig dat verweerder had moeten concluderen dat de aanvraag niet overeenkwam met de bedoeling van appellante.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat geen kennelijke fout is vastgesteld die een latere wijziging van de aanvraag rechtvaardigt.