ECLI:NL:CBB:2009:BL4421
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfstoeslag 2006 wegens niet tijdige houderregistratie runderen
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarbij de bedrijfstoeslag voor 2006 werd vastgesteld op nul euro. Appellant voerde aan dat hij het hele jaar over ruim 400 runderen beschikte en dat de tenaamstelling van het UBN op naam van zijn vader geen reden mocht zijn voor weigering van de toeslag.
Het College oordeelde dat op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en de relevante Europese verordeningen het houden van minimaal 50% van de referentieactiviteit in grootvee-eenheden (GVE) gedurende ten minste 10 maanden vereist is. Uit het I&R-systeem bleek dat appellant pas vanaf 17 juli 2006 houder was van het UBN, waardoor hij minder dan 10 maanden dieren hield.
De door appellant overgelegde bewijsstukken, waaronder gebruikersverklaring en facturen, konden niet afdoen aan de registratie in het I&R-systeem. Het College concludeerde dat appellant niet als houder kon worden aangemerkt vóór de overschrijving van het UBN en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet tijdig als houder van de runderen geregistreerd stond.