ECLI:NL:CBB:2009:BL4431
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering zoogkoeienpremie wegens fout bevoegde instantie en redelijke ontdekbaarheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een bedrag van € 884,91 aan te veel ontvangen zoogkoeienpremie en extensiveringsbijdrage werd teruggevorderd. De kern van het geschil betreft de vaststelling van het voederareaal voor het premiejaar 2004 en het aantal zoogkoeienpremierechten waarop appellante recht had.
Verweerder had aanvankelijk de oppervlakte voederareaal vastgesteld op 146,67 hectare, terwijl appellante in haar aanvraag slechts 131,24 hectare had opgegeven. Op basis van de hogere oppervlakte was meer premie toegekend dan waarop appellante recht had. Verweerder stelde dat appellante redelijkerwijs had kunnen ontdekken dat het besluit fout was, omdat zij zelf de lagere oppervlakte had opgegeven.
Het College oordeelt echter dat appellante niet redelijkerwijs kon ontdekken dat het besluit fout was, mede omdat verweerder haar vooraf aansprakelijk stelde voor schade en toezegde de benutting van premierechten in 2004 niet te toetsen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het de terugvordering betreft, en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de terugvordering van € 884,91 wordt vernietigd.