ECLI:NL:CBB:2010:BL5930
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag toeslagrechten wegens te late indiening zonder overmacht
Appellant diende op 2 november 2006 een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten in, nadat de uiterste datum van 9 juni 2006 was verstreken. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 13 augustus 2007 af wegens te late indiening. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 15 april 2009 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Appellant voerde aan dat hij onevenredig werd getroffen en dat sprake moest zijn van een herstelmogelijkheid. Hij stelde dat hij dacht dat de voorlopige toeslagrechten automatisch tot uitkering zouden leiden en dat de regeling stress veroorzaakte die zijn chronische ziekte verergerde, wat als overmacht moest gelden. Ook stelde hij dat hij gelijk behandeld moest worden als anderen die later toeslagrechten ontvingen.
Het College oordeelde dat de te late indiening niet was toe te schrijven aan overmacht of uitzonderlijke omstandigheden. De chronische bijholteontsteking en stress waren geen geldige gronden. Het niet realiseren van de noodzaak tot tijdige aanvraag was voor risico van appellant. De communautaire regelgeving verplichtte afwijzing van te late aanvragen. Ook het beroep op een kennelijke fout faalde omdat dit niet ziet op het niet tijdig indienen van aanvragen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de te laat ingediende aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten wordt ongegrond verklaard.