ECLI:NL:CBB:2010:BL6080
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Belang bij behandeling bezwaar tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2006
Appellante, een maatschap, stelde bezwaar in tegen de vaststelling van haar bedrijfstoeslag 2006 door verweerder. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellante geen belang zou hebben bij behandeling, aangezien de toeslagrechten beperkt zijn en het bezwaar niet tot een hogere toeslag kan leiden.
Appellante betwistte dit en stelde dat zij wel degelijk belang heeft bij behandeling van het bezwaar, omdat zij wil voorkomen dat zij in latere jaren sancties krijgt wegens onjuiste opgave van percelen. Het College oordeelde dat dit belang gerechtvaardigd is, mede gelet op artikel 53 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004, en dat verweerder geen toezeggingen heeft gedaan over latere besluiten.
Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen. Tevens veroordeelde het College verweerder in de proceskosten van appellante en bepaalde vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk was, wordt vernietigd.