ECLI:NL:CBB:2010:BM2417
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M. van Duuren
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging geldboete voor onjuiste houdbaarheidsdatum eieren
Appellante, een eierhandelaar, kreeg een geldboete opgelegd door het Tuchtgerecht van de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten wegens het voorzien van een andere datum van minimale houdbaarheid op een partij eieren dan de oorspronkelijke datum. De overtreding betrof het ompakken en herlabelen van 64.080 eieren met een houdbaarheidsdatum die de toegestane termijn van 28 dagen na legdatum overschreed.
In beroep stelde appellante dat de datum voldeed aan het Duitse kwaliteitssysteem en dat de boete te hoog was, mede omdat zij het Landbouwkwaliteitsbesluit niet opzettelijk had overtreden en er onenigheid was met een lid van het Tuchtgerecht. Het College verwierp deze bezwaren, onder meer omdat appellante haar stellingen onvoldoende onderbouwde en de wettelijke termijn werd overschreden.
Het College benadrukte de verantwoordelijkheid van appellante als ondernemer om te voldoen aan de wettelijke voorschriften en oordeelde dat de boete passend was gezien de ernst en omvang van de overtreding. Ook het bezwaar over vermeende partijdigheid van een lid van het Tuchtgerecht werd niet gegrond verklaard, omdat hiervoor een aparte wrakingsprocedure bestaat.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de opgelegde geldboete bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de opgelegde geldboete wegens onjuiste houdbaarheidsdatum op eieren wordt ongegrond verklaard.