ECLI:NL:CBB:2010:BM3165
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart klacht tegen registeraccountant ongegrond wegens verjaring
Appellant heeft een klacht ingediend tegen betrokkene, een registeraccountant, wegens tekortkomingen in zijn controle van de jaarrekeningen van Notarispraktijk A B.V. en Stichting Notarispraktijk A over 1996. De klacht betrof met name onbevoegde geldopnamen van een derdengeldenrekening door een medewerker van het notariskantoor.
De Raad van Tucht heeft de klacht in eerste aanleg ongegrond verklaard. Appellant stelde beroep in bij het College van Beroep. Het College overwoog dat de klacht ruim tien jaar na de feiten werd ingediend, terwijl de bewaartermijn volgens de Gedrags- en Beroepsregels Registeraccountants 1994 zeven jaar bedraagt. Jurisprudentie leert dat klachten na het verstrijken van deze termijn in beginsel niet inhoudelijk worden beoordeeld.
Hoewel appellant pas in 2004 bekend werd met de onbevoegde opnamen, oordeelde het College dat de notaris zelf de primaire verantwoordelijkheid draagt voor het toezicht op derdengelden. Bovendien was er geen sprake van een ernstige inbreuk op de eer van de stand die een uitzondering op de verjaring zou rechtvaardigen.
Daarom bleef het College bij de conclusie dat de klacht buiten behandeling moest blijven en verwierp het beroep. De beslissing van de Raad van Tucht werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de klacht tegen de registeraccountant wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bewaartermijn.