ECLI:NL:CBB:2010:BM4400
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vergoeding bemonstering rozijnen onder Warenwet
Appellante, een handelsbedrijf in gedroogde zuidvruchten, stelde beroep in tegen het besluit van de VWA om slechts een beperkte vergoeding toe te kennen voor bemonsterde kartons rozijnen. De VWA had de vergoeding gebaseerd op het aanvullen van de bemonsterde hoeveelheid, terwijl appellante volledige vergoeding eiste wegens waardevermindering door het openen van verpakkingen.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat aanvulling van de kartons mogelijk was en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verkoopwaarde was gedaald. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat elk karton een uniek nummer droeg dat traceerbaarheid zou verhinderen bij aanvulling. Ook waren er geen hygiënische bezwaren tegen aanvulling. Wel stelde het College vast dat de VWA de verkoopwaarde niet op juiste wijze had vastgesteld, omdat zij geen rekening had gehouden met de economische waarde na bemonstering. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de VWA opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de juiste waardebepaling. Tevens werd de VWA veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de VWA vernietigd en de VWA opgedragen opnieuw te beslissen met een correcte waardebepaling van de bemonsterde rozijnen.