ECLI:NL:CBB:2010:BM8567
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing bezwaar bedrijfstoeslag 2007 wegens kennelijke fout in aanvraag
Appellante, een melkveebedrijf, stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarin het bezwaar tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2007 ongegrond werd verklaard. De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van een kennelijke fout in de aanvraag van de toeslagrechten. Appellante had in haar gecombineerde opgave slechts een deel van haar toeslagrechten opgegeven, terwijl zij beschikte over aanzienlijk meer rechten.
Verweerder stelde dat er geen kennelijke fout was omdat het verschil tussen de aangevraagde en beschikbare toeslagrechten niet zo groot was dat dit direct had moeten opvallen, en dat een landbouwer vrij is om zelf te bepalen hoeveel toeslagrechten hij laat uitbetalen. Het College oordeelde dat, gelet op de omvang van het verschil en het feit dat het aantal toeslagrechten en hectares vrijwel gelijk waren, het verschil zodanig was dat het bij een summier onderzoek direct in het oog had moeten vallen.
Het College stelde dat verweerder appellante had moeten wijzen op de mogelijke fout en haar de gelegenheid had moeten geven de aanvraag te corrigeren. Omdat dit niet was gebeurd, werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met veroordeling van verweerder in de proceskosten.