ECLI:NL:CBB:2010:BO0973
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boeteoplegging in bouwfraudeonderzoek wegens overtreding Mededingingswet
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van A B.V. tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in het kader van het bouwfraudeonderzoek. De boete is opgelegd wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 EG Pro, door deelname aan een systeem van vooroverleg voorafgaand aan aanbestedingen in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) tussen 1998 en 2001.
De NMa bood ondernemingen de mogelijkheid deel te nemen aan een versnelde procedure, waarbij zij afstand deden van bepaalde rechten, waaronder individuele dossierinzage en betwisting van de feiten en juridische beoordeling in het rapport. A B.V. maakte hiervan gebruik en kreeg een boetevermindering van 15%. Na bezwaar en beroep bevestigde de rechtbank de boete en de toepassing van de versnelde procedure. Appellante stelde dat de voorwaarden van de versnelde procedure ten onrechte ook in bezwaar en beroep werden toegepast, dat haar rechten van verdediging werden geschonden en dat de boetegrondslag en boetebepaling onredelijk waren.
Het College oordeelt dat de versnelde procedure een vrijwillige, geïnformeerde keuze was en dat de voorwaarden daarvan ook in de rechterlijke fase gelden, tenzij met concrete argumenten wordt aangetoond dat de feiten en beoordeling onjuist zijn. Dit is niet gebeurd. De keuze voor de aanbestedingsomzet 2001 als boetegrondslag is passend en niet onredelijk. Ook de mate van betrokkenheid is onvoldoende gemotiveerd betwist. Verder is geen sprake van ongelijke behandeling ten opzichte van andere rapporten of het grootbedrijf. De toepassing van de clementieregeling en het begrip additionele waarde is correct en niet gewijzigd. De boetevermindering voor kleine ondernemingen is redelijk en niet willekeurig toegepast. De boeteoplegging en procedure zijn daarmee rechtmatig.
Uitkomst: Het hoger beroep van A B.V. wordt ongegrond verklaard en de boete van ruim één miljoen euro blijft in stand.