ECLI:NL:CBB:2010:BO2772
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- H.O. Kerkmeester
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van superheffing en beperking negatieve vetcorrectie in melkquotaregeling
Appellante, een melkveehouder met een hoog referentievetgehalte, maakte gebruik van de negatieve vetcorrectie om meer melk te leveren dan haar quotum toestond. De wijzigingsverordening beperkte deze negatieve vetcorrectie, wat leidde tot een superheffing voor overschrijding van het quotum. Appellante betwistte de rechtmatigheid van deze beperking en stelde dat het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en artikel 1 EP Pro EVRM werden geschonden.
Het College oordeelde dat de beperking van de negatieve vetcorrectie geschikt en noodzakelijk is om het doel van de superheffingsregeling, het stabiliseren van de melkmarkt en het verminderen van structurele overschotten, te bereiken. De maatregel is niet kennelijk onevenredig en de overgangsmaatregelen zijn adequaat. Het College verwierp het betoog dat de regeling onrechtmatig is wegens schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, aangezien de communautaire wetgever over ruime discretionaire bevoegdheid beschikt en geen vertrouwen is gewekt dat de regeling ongewijzigd zou blijven.
Ten aanzien van het eigendomsrecht volgens artikel 1 EP Pro EVRM stelde het College dat sprake is van regulering van eigendom en niet van ontneming. Appellante heeft bewust gekozen voor een bedrijfsvoering met een hoog vetgehalte en de negatieve vetcorrectie, waarbij het voorzienbare risico van wijziging van de regelgeving bestond. Er is een fair balance tussen het algemeen belang en individuele rechten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de superheffing wegens beperking van de negatieve vetcorrectie wordt ongegrond verklaard.