ECLI:NL:CBB:2011:BU3158
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van superheffing vetmelker en beperking negatieve vetcorrectie
Appellanten, houders van een melkquotum met een lager vetpercentage, maakten bezwaar tegen een superheffingsnota voor het jaar 2008/2009, waarin zij werden aangeslagen voor overschrijding van hun melkquotum na toepassing van een beperkte negatieve vetcorrectie. Zij voerden aan dat de wettelijke regeling die de negatieve vetcorrectie beperkt, niet verbindend is en in strijd met Europese regelgeving en het EVRM.
Het College overwoog dat de beperking van de negatieve vetcorrectie gebaseerd is op geldende Europese verordeningen en dat de nationale rechter slechts bij ernstige twijfel kan afwijken van deze regelgeving. Het College verwierp het beroep van appellanten onder meer omdat zij geen gerechtvaardigd vertrouwen hadden dat de regeling ongewijzigd zou blijven en omdat de beperking niet als een disproportionele last kan worden beschouwd.
De juridische toetsing wees uit dat de beperking van de negatieve vetcorrectie binnen de bevoegdheden van de Europese Commissie valt en niet in strijd is met het legaliteitsbeginsel, het vertrouwensbeginsel of het rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de superheffing bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen de superheffing vetmelker wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.