ECLI:NL:CBB:2010:BO6663
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E. Dijt
- A. Gerbandy
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over indexering arbeidsvergoeding Loodswezen
Het geschil betreft de jaarlijkse indexering van de arbeidsvergoeding voor directe uren van Nederlandse registerloodsen en de grondslag waarop deze indexering moet worden toegepast. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) stelde dat de indexering moest plaatsvinden op het gemiddelde uurloon van €91,14 uit 2003, terwijl het Loodswezen vond dat de indexering per scheepsklasse moest worden toegepast volgens de tabel in artikel 6, vierde lid, van de Regeling.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het kostentoerekeningssysteem van 10 juni 2008 niet in strijd was met de Loodsenwet en de bijbehorende regelgeving. NMa was volgens de rechtbank niet bevoegd om instemming te onthouden en een last onder dwangsom op te leggen. NMa ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het College stelt vast dat uit de parlementaire geschiedenis, de wetsteksten en de stukken van het Loodswezen blijkt dat de indexering moet worden toegepast op de tarieven per scheepsklasse zoals opgenomen in artikel 6, vierde lid, van de Regeling. Deze tabel heeft normatieve werking en is niet slechts illustratief. De door NMa voorgestelde methode strookt niet met de bedoeling van de wetgever.
Het College concludeert dat het kostentoerekeningssysteem niet in strijd is met de Loodsenwet en aanverwante regelgeving, en dat NMa niet bevoegd was instemming te onthouden of een last onder dwangsom op te leggen. Het hoger beroep van NMa wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van NMa wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.