3. De standpunten van partijen
3.1 FME stelt voorop dat zij gezien de in haar statuten neergelegde doelstelling als belanghebbende bij de bestreden besluiten is aan te merken. Ook is FME gebruikster van gas in haar kantoorgebouw.
Verzoeksters zijn van mening dat zij een spoedeisend belang hebben. Het zal nog enige tijd duren voordat verweerder op de bezwaren van verzoeksters zal hebben beslist, zodat de tariefstijging van gemiddeld 8% - ondanks de inhoudelijke bedenkingen daartegen - per 1 januari 2011 gewoon dreigt te worden ingevoerd. De x-factoren die bij de bestreden besluiten zijn vastgesteld beogen juist als prikkel ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering te fungeren. Als de korting niet tijdig voor aanvang van het volgende kalenderjaar wordt opgelegd, gaat die prikkel voor dat jaar niet meer werken. Verrekening op een later moment, zoals verweerder suggereert, wordt als theoretische schijnbeweging afgewezen. Verrekening kan alleen plaatsvinden als voor de meerinkomsten een aparte voorziening wordt gereserveerd, hetgeen niet het geval is. Er dreigt derhalve een onomkeerbare situatie. Hiertegen helpt alleen schorsing van de bestreden besluiten. FME en haar leden hebben daarnaast belangen in financiële zin, die bij de afweging van belangen wel degelijk meetellen. De grote verhoging van de tarieven leidt, in een economisch broze situatie, tot een (grotere) aanslag op de financiële middelen van de aangesloten bedrijven. Daar komt bij dat de tijdsklem waarin verzoeksters verkeren is veroorzaakt door de planning van de besluitvormingsprocedure - vaststelling kort voor de ingangsdatum - onder regie van verweerder.
Aan de bestreden besluiten ligt geen deugdelijke motivering ten grondslag; niet duidelijk is hoe de desbetreffende x-factoren per netbeheerder precies zijn vastgesteld, terwijl het aan de bestreden besluiten voorafgaande methodebesluit waarnaar verwezen wordt enkel algemene uitgangspunten en abstracte rekenmethodiek bevat. Verder wijken de bestreden besluiten af van het methodebesluit: vervangingsinvesteringen zijn reeds begrepen in de eerdere tariefstellingen, terwijl nieuwe investeringen pas mogen worden verhaald nadat deze in gebruik zijn genomen. Ook concludeert het methodebesluit dat er geen noodzaak is om thans extra tariefruimte te creëren voor investeringen in innovatieve projecten. Toch wordt in de bestreden besluiten rekening gehouden met verdere kostenstijgingen op het gebied van duurzame energie en vervangingsinvesteringen en wordt in het methodebesluit gesteld dat de netbeheerders meer comfort nodig hebben in de zin van garanties dat efficiënte investeringen kunnen worden terugverdiend. Daarbij geldt dat de meeste netbeheerders over onvoldoende informatie beschikken om tot goed onderbouwde investeringsplannen te komen en dat betrouwbare forward-looking data ontbreken. Uit de dossierstukken blijkt evenmin dat netbeheerders noodzakelijke investeringen achterwege hebben moeten laten vanwege ontoereikende financiële middelen. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom het redelijk rendement wordt verhoogd van 5,5% naar 6,2%. Diverse persberichten melden dat de vermogenspositie van netbeheerders gedurende 2009 juist is versterkt. Leden van FME constateren bovendien in de praktijk van alledag nog steeds een grote mate van operationele en financiële inefficiëntie bij de netbeheerders.
Verzoeksters dringen erop aan dat de tariefstijging in de periode 2011-2013 zal worden beperkt tot ongeveer het inflatiepercentage. Dat betreft dan primair de wijziging van de x-factoren, maar indirect ook het nauwgezet toepassen van de rekenmethodiek van het methodebesluit.
3.2 Verweerder is van mening dat de HKS Scrap Metals B.V. c.s. - individuele ondernemingen - evenals FME, voor zover in de hoedanigheid van gebruikster van gas in haar kantoorgebouw, niet hebben te gelden als belanghebbenden bij de bestreden besluiten. In de manier waarop zij in hun belangen worden geschaad onderscheiden zij zich niet in rechtens relevante mate van alle andere afnemers van gas, zodat zij geen persoonlijk kenmerkend belang hebben.
Verweerder voert voorts aan dat FME geen spoedeisend belang heeft. De door FME gestelde belangen hebben in hoofdzaak een financieel karakter. Een zodanig belang vormt op zichzelf geen reden om een voorlopige voorziening te treffen; FME heeft niets concreets aangedragen waaruit zou blijken dat het voortbestaan van specifieke ondernemingen gevaar loopt als gevolg van de bestreden besluiten. Om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen, zal FME moeten aantonen dat ten gevolge van de bestreden besluiten een groep van bedrijven die zij krachtens haar statuten vertegenwoordigt dreigt om te vallen; zou het voldoende zijn als dit enkel van één of twee individuele ondernemingen wordt aangetoond, dan zou dat er feitelijk toe leiden dat individuele ondernemingen alsnog toegang krijgen tot de voorzieningenprocedure, hetgeen niet in overeenstemming is met de wet en de vaste rechtspraak van het College. Overigens acht verweerder het zeer onwaarschijnlijk dat ondernemingen als gevolg van de tariefstijging voor gastransport faillissement zouden riskeren: de tariefstijgingen bedragen gemiddeld minder dan 2% van de totale energiekosten. Verweerder is verder opgevallen dat HKS Scrap Metals B.V. c.s., de leden van FME die een voorlopige voorziening hebben gevraagd, internationale leiders zijn in hun activiteiten; verschillende bedrijven maken zelfs deel uit van multinationals met miljardenomzetten.
Inkomsten die de verschillende netbeheerders ten onrechte zouden hebben geïnd worden op een later moment verrekend. Netbeheerders en hun afnemers hoeven dus niet bang te zijn dat onrechtmatige besluiten zullen leiden tot definitieve financiële verliezen. De termijnen waarbinnen de nieuwe tarieven van toepassing zullen worden is in dat verband evenmin doorslaggevend. Bovendien is onjuist dat de prikkel voor een doelmatige bedrijfsvoering zou verdwijnen. Het mechanisme van de prikkel werkt hoe dan ook. Dat wil niet zeggen dat de prikkel op ieder willekeurig niveau kan worden vastgesteld. De prikkel moet realistisch zijn.
De bestreden besluiten bevatten wel degelijk een draagkrachtige motivering in de zin van de artikelen 3:46 en 3:47 Awb. Verweerder heeft uitgebreid gemotiveerd - zowel in de bestreden besluiten als in het methodebesluit - welke plaats de bestreden besluiten in het wettelijk stelsel innemen. De bestreden besluiten vormen niet meer dan een invulexercitie van de methode op basis van de door de netbeheerders overgelegde productiviteitsdata: de berekeningen van de x-factor volgen uit de door de netbeheerders overgelegde productiviteitsdata over de jaren 2006 tot en met 2009 die, in combinatie met de tarieven die gelden in 2010, overeenkomstig het methodebesluit zijn doorgerekend. Het vertrekpunt is derhalve nadrukkelijk niet geweest wat een acceptabele stijging of daling van de uiteindelijke tarieven zou zijn: de door de netbeheerder gerealiseerde data bepalen de uitkomst; de wettelijke besluitvormingsmethodiek voor de x-factor gaat niet uit van een toetsing en motivering van een aanvaardbare stijging van de tarieven.
Verweerder heeft onder verwijzing naar artikel 8:75, eerste lid, Awb verzocht verzoeksters te veroordelen in de kosten van dit geding.
3.3 Netbeheer kan zich volledig vinden in de conclusie van verweerder dat de gevraagde voorziening afgewezen moet worden. Netbeheer voegt daaraan toe dat de belangen van de regionale netbeheerders onevenredig zouden worden geschaad indien de bestreden besluiten worden geschorst. Immers, verweerder heeft de hoogte van de tarieven inmiddels vastgesteld. Conform wettelijke verplichtingen zijn de netbeheerders nu doende hun afnemers van de gewijzigde tarieven op de hoogte te stellen. Het toewijzen van de verzoeken van verzoeksters zou leiden tot grote verwarring over de hoogte van de tarieven per 2011. Daarbij komt dat indien en voor zover verzoeksters succesvol blijken in de bodemprocedures en de tarieven als gevolg daarvan alsnog gewijzigd dienen te worden, er van rechtswege een verrekening plaatsvindt van de teveel betaalde bedragen. Netbeheer concludeert dan ook dat er geen sprake is van een spoedeisend belang.