Conclusie
1.Overzicht
formatgelijkluidende beroepsgronden en bezwaar- en beroepschriften gebruiken en een veelheid aan procedures starten, waarbij steeds uitstel van betaling wordt gevraagd, geen enkele naheffingsaanslag wordt betaald en elke overschrijding van een beslistermijn leidt tot ingebrekestelling en een verzoek om dwangsomvergoeding. Hoewel al hun inhoudelijke beroepsgronden ongegrond worden verklaard, zetten zij alle procedures onverkort door.
no cure, no paybasis van werken kan volgens het Hof een aanwijzing zijn voor misbruik van procesrecht.
no cure, no paytussen de gemachtigde en belanghebbende. Verder heeft het Hof ten onrechte geoordeeld dat de naheffingen zijn uitgelokt. De keuze om op karakteristieke wijze te parkeren, telkens in strijd met een bepaling uit het RW1990, is juist ingegeven om géén naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd te krijgen. Niets wijst er op dat de belanghebbende in bezwaar en beroep is gegaan met een ander doel dan waarvoor de bezwaar- en beroepsprocedures bestaan. Daarin ligt immers geen verdienmodel als de naheffingsaanslag rechtmatig is opgelegd. De belanghebbende kan niet van tevoren weten of heffings- en invorderingsambtenaren onrechtmatig handelen door beslistermijnen te negeren of onterecht vervolgingskosten in rekening te brengen hoewel is verzocht om uitstel van betaling. Ook bij de invorderingsprocedure geldt dat geen kostenvergoeding, dwangsom of schadevergoeding verkrijgbaar is als alles tijdig en rechtmatig verloopt. Ook daarin zit dus geen (voorzienbaar) verdienmodel. De belanghebbende acht tenslotte niet relevant – gelet op het forfaitaire systeem – of hij er onderaan de streep al dan niet financieel beter van wordt.
elephant test: het beest is niet zo makkelijk te omschrijven zonder te verwijzen naar elementen die alleen dat beest kenmerken en die juist omschreven moeten worden, maar als je het ziet, herken je het meteen. Ik zou menen dat de olifant, gegeven ’s Hofs feitelijke vaststellingen, in dit geval wel heel duidelijk, prominent en onmiskenbaar in zowel ons gezichtsveld als uw kamer zit.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
Gemeente Breda (zaken 21/00570 tot en met 21/00575)
formatuitrollen dat alle besluiten van de betrokken heffings- en de invorderingsambtenaren aanvecht met grotendeels gelijkluidende beroepsgronden en bezwaar- en beroepschriften. Zij starten aldus een veelheid aan procedures. Standaard wordt in elk bezwaarschrift uitstel van betaling gevraagd. Geen enkele naheffingsaanslag wordt betaald. Elke overschrijding van een beslistermijn leidt meteen tot ingebrekestelling en een verzoek om een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Invorderingshandelingen worden zowel civielrechtelijk als bestuursrechtelijk aangevochten. Ondanks de ongegrondverklaringen van de inhoudelijke (hoger) beroepsgronden zetten zij al die procedures onverkort door.
no cure, no pay. [6] De gemachtigde heeft ter zitting bevestigd dat hij normaliter inderdaad op
no cure no paybasis werkt, maar stelde dat hij voor deze procedures een uurloon zou hebben afgesproken. De Rechtbank achtte dat niet aannemelijk omdat hij ter zitting moest toegeven dat hij de belanghebbende nog geen enkele factuur heeft gestuurd hoewel de procedures al lopen sinds 2019.
formatgrotendeels gelijkluidende beroepsgronden en bezwaar- en beroepschriften en starten een veelheid aan procedures. Standaard wordt uitstel van betaling gevraagd. Geen enkele naheffingsaanslag wordt betaald. Elke overschrijding van een beslistermijn leidt meteen tot ingebrekestelling en vervolgens een verzoek om een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Ondanks alle ongegrondverklaringen van hun inhoudelijke beroepsgronden zetten zij de procedures onverkort door. Deze werkwijze is ook in de zaken voor de rechtbanken Limburg en Oost-Brabant gevolgd. Ook de door de belanghebbende genoemde uitspraak van het Hof Amsterdam van 28 oktober 2021 [10] toont deze werkwijze van deze belanghebbende en gemachtigde. Het hof zag een patroon van handelen en bezag de onderhavige zaken daarom niet slechts op zichzelf. [11]
no cure, no paykan volgens het Hof een aanwijzing zijn voor misbruik van procesrecht omdat de gemachtigde daarmee een eigen financieel belang heeft bij procedures. Omgekeerd betekent dat niet dat als gesteld wordt dat geen
no cure, no payafspraak is gemaakt, zich reeds daarom geen misbruik van procesrecht zou kunnen voordoen.
websitevan de gemachtigde en zijn verklaring op de zitting blijkt dat hij verkeersboetes aanvecht op basis van
no cure, no pay. Een bevredigende verklaring waarom in casu niet op die basis zou zijn gewerkt, heeft hij niet gegeven. Op de zitting bij de Rechtbank heeft hij verklaard dat hij een vast samenwerkingsverband met de belanghebbende heeft. Daarop duidt volgens het Hof ook de door de belanghebbende aan hem afgegeven algemene machtiging. Uit de verklaring van de gemachtigde daarvoor dat van de belanghebbende niet gevergd kan worden dat hij voor elke procedure naar het kantoor van de gemachtigde komt om een machtiging te tekenen, blijkt dat de belanghebbende en de gemachtigde er ten tijde van het tekenen van de algemene machtiging op 9 mei 2019 al vanuit gingen dat veel procedures gevoerd zouden worden. Het Hof acht aannemelijk dat daarover van te voren afspraken zijn gemaakt. De belanghebbende woont niet ver van het kantoor van de gemachtigde, zodat machtiging in individuele zaken niet veel gevergd lijkt. Bij de Rechtbank heeft de gemachtigde verder verklaard dat hij geen facturen had verstuurd aan de belanghebbende. Het Hof acht dat ongebruikelijk; de procedures liepen toen immers al anderhalf jaar. Bij het Hof heeft de gemachtigde wel gesteld inmiddels facturen tot € 15.000 te hebben verstuurd, maar ook verklaard dat die nog niet alle zijn betaald. Ook dat acht het Hof ongebruikelijk; de procedures liepen op dat moment immers al drie jaar. Dat de gemachtigde kennelijk bereid is om af te zien van (tijdige) betaling en de belanghebbende om kosten voor een gemachtigde te maken die in geen enkele verhouding staan tot de parkeerkosten die hij zegt te willen vermijden, kan volgens het Hof niet anders worden verklaard dan door hun verwachting inkomsten te genereren in de vorm van proceskostenvergoedingen, dwangsommen en vergoedingen van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor berechting. Ook het feit dat in alle zaken wordt doorgeprocedeerd ondanks het voor hun centrale stelling fatale arrest in één van hun zaken, kan volgens het Hof alleen daardoor worden verklaard. Zouden de kosten van de procedures daadwerkelijk op de belanghebbende drukken, dan zou doorprocederen niet in de rede liggen. Daarbij merkt het Hof op dat de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg onweersproken heeft gesteld dat naar aanleiding van een verzoek om uitstel van betaling diverse stukken zijn opgevraagd waaruit blijkt dat de belanghebbende leeft van een minimuminkomen waaruit de gestelde rekeningen van een gemachtigde onmogelijk betaald kunnen worden.
no-cure-no-payafspraak niet is komen vast te staan, staat volgens hem niet in de weg aan het aannemen van misbruik van procesrecht. Het Hof achtte zodanig evident dat de bevoegdheid om rechtsmiddelen in te stellen in alle zaken zonder redelijk doel is gebruikt dat kwade trouw is gebleken. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft daarom terecht geoordeeld dat de belanghebbende misbruik van procesrecht heeft gemaakt en het Hof heeft daarom van ambtswege ook in de zaken 21/00855 (rechtbank Oost-Brabant), 21/00345 en 21/00346 (rechtbank Limburg) geoordeeld dat misbruik van procesrecht is gemaakt. De overige vragen en overige stellingen van belanghebbende behoefden dan geen behandeling meer.
3.Het geding in cassatie
4.De regels
Misbruik van bevoegdheid
détournement de pouvoiromvat in de vorm van gebruik van procesbevoegdheid voor geen redelijk doel, waaronder een vexatoir doel, of duidelijk voor een ander doel dan waarvoor het recht is gegeven.
5.Rechtspraak
De burgerlijke rechter
Duka/Achmea: [22]
NJ1999/507 [24] volgt dat als een partij misbruik van procesrecht stelt wegens onevenredigheid van de afweging van de belangen betrokken bij de (niet-)uitoefening van de bevoegdheid, voor aanname daarvan vereist is dat de andere partij, die de bevoegdheid uitoefent, die onevenredigheid kent of behoort te kennen:
NJ2016/94 [25] oordeelde uw eerste kamer dat enkel het niet onderbouwen van de ingestelde eis niet als misbruik van procesrecht kan worden aangemerkt.
NJ2012/233 [26] betrof schade door brand in een café van vennootschap A (de eiseres in cassatie). De verzekeraar Achmea weigerde uit te keren aan B, de enige bestuurder en aandeelhouder van A, omdat de brand volgens haar in opdracht van B zou zijn gesticht. A vorderde een verklaring voor recht dat Achmea verplicht was de schade te vergoeden. Achmea vorderde daarop in reconventie onder meer vergoeding van haar werkelijke proceskosten op grond van onrechtmatige daad of wanprestate. Volgens Achmea was B’s instelling van de vordering tot schadevergoeding misbruik van procesrecht. Het Hof heeft als volgt overwogen:
NJ1999/535 [27] ging om een gemeenschappelijk verzoek van een echtpaar tot echtscheiding. De rechtbank had aan dat gezamenlijke verzoek voldaan. De man stelde daartegen niettemin hoger beroep in, dat door het hof niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hoger beroep niet is bedoeld om de partij wier verzoek door de eerste rechter is toegewezen, gelegenheid te geven om die beslissing ongedaan te maken omdat zij bij nader inzien dat verzoek niet gedaan wenste te hebben. U overwoog op het cassatieberoep van de man daartegen:
no cure no pay-basis werkten, waardoor zij een eigen belang hadden bij proceskostenvergoedingen en dwangsommen wegens niet tijdig beslissen. De Afdeling concludeerde dat de adviseurs de Wob-verzoekbevoegdheid kennelijk gebruikten met geen ander doel dan om ten laste van de overheid geldsommen te incasseren, en dat zij daarmee die bevoegdheid gebruikten voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven, en wel zodanig dat dit gebruik blijk gaf van kwade trouw. Dat is volgens de Afdeling misbruik van een wettelijke bevoegdheid. Dat gold evenzeer voor het gebruik van de bevoegdheid om beroep bij de Rechtbank in te stellen, omdat dat beroep niet los kon worden gezien van het doel waarmee de WOB werd gebruikt. Daaraan deed volgens de Afdeling niet af dat de indiener van een WOB-verzoek geen belang bij zijn verzoek hoeft te stellen, omdat de bevoegdheid tot het doen van WOB-verzoeken wel degelijk met een doel is gecreëerd en dat dat doel wel degelijk relevant kan zijn voor de beoordeling of die bevoegdheid wordt misbruikt.
fair hearing). Art. 47 van Pro het EU-Handvest van de grondrechten (recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht) achtte zij niet van toepassing omdat het gestelde geschil geen EU-rechtelijke kant had:
JB2014/246) wijzen erop dat de door de Afdeling aan art. 3:13(2) BW ontleende abstracte criteria voor misbruik van bevoegdheid (doelmiskenning en onevenredige belangenafweging) beperkt behulpzaam zijn, nu zij het niet eenvoudig achten om misbruik te onderscheiden van weliswaar hinderlijk, maar niet-onrechtmatig procesgedrag. Zij menen met Van der Wiel (zie 5.2) dat de specifieke omstandigheden van elk geval steeds bepalend zijn. De vaststelling en waardering van die omstandigheden leidt tot lange uitspraken.
TFB2023/02 [33] een overzicht gegeven van de rechtspraak over misbruik van procesrecht. Zij vat de rechtspraak van uw eerste kamer op dat vlak als volgt samen:
6.Veroordeling van een natuurlijke persoon in de proceskosten
7.Beoordeling
Se non è vero, non è nemmeno ben trovato. U overwoog dan ook als volgt:
elephant testgaat (het beest is niet zo makkelijk te omschrijven zonder te verwijzen naar de elementen die alleen dat beest kenmerken en die juist omschreven moeten worden, maar als je het ziet, herken je het meteen). Ik zou menen dat de olifant, gegeven ’s Hofs feitelijke vaststellingen, in dit geval wel heel prominent en onmiskenbaar in zowel ons gezichtsveld als uw kamer zit.