ECLI:NL:CBB:2011:BP1471
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- R.R. Winter
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling goedkeuring afwijkende tarieven Hermes en financiële gevolgen voor andere concessiehouders
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de goedkeuring van Gedeputeerde Staten van Limburg aan Hermes Openbaar Vervoer B.V. centraal om een afwijkend tarief, het dalurenkaartje, in te voeren. Appellanten, Stadsbus Groep Maastricht N.V. en Veolia Transport Limburg Personeelsvoorziening B.V., voeren aan dat zij hierdoor financieel nadeel lijden dat niet adequaat is gecompenseerd.
Het College overweegt dat de goedkeuring van het afwijkende tarief niet in lijn was met alle procedurele eisen uit de concessie, met name inzake tijdige en volledige informatievoorziening. Desondanks is vastgesteld dat het WROOV-systeem en de verdeelsleutels niet ter discussie staan en dat de financiële gevolgen voor appellanten niet voldoende zijn onderbouwd. NEA heeft onderzocht en geconcludeerd dat aanpassing van de verdeelsleutels niet noodzakelijk is.
Het College benadrukt dat appellanten geen valide cijfermatige onderbouwing van hun schade hebben gegeven, ondanks ruime gelegenheid. De eerdere uitspraak van het College over mogelijke financiële gevolgen betekent niet dat deze nadelen vaststaan. De belangenafweging van verweerder is voldoende zorgvuldig geweest en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot goedkeuring van het dalurenkaartje wordt gehandhaafd zonder financiële compensatie voor appellanten.